De hedendaagse vetfobie

Tegenwoordig horen we van alle kanten dat vetten
slecht zijn voor je gezondheid, dat ze hart- en vaatziekten veroorzaken en dat
je er dik van wordt als je er teveel van eet.
Cholesterol zorgt ervoor dat je
aderen dichtslibben en teveel verzadigd vet is desastreus voor je gezondheid. Ik
noem het: de hedendaagse vetfobie. In de Engelse (voedings)literatuur beter
bekend als de lipid hypothesis.
Maar hebben we altíjd al zo gedacht
over vetten en cholesterol?
Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we terug
naar vroeger. Ik schakel hiervoor de hulp in van het werk van een onderzoekster
die over het onderwerp vetten al zeer veel werk heeft verricht: Mary Enig. Drs.
Mary Enig is expert op het gebied van de biochemie van vetten, heeft
bijgedragen aan vele wetenschappelijke onderzoeken en is voorzitter van de
Maryland Nutritionists Association. De navolgende informatie over het ontstaan
van ons huidig denken over vetten komt deels uit een door Mary Enig en Sally
Fallon gepubliceerd artikel (link:
http://www.westonaprice.org/knowyourfats/oiling.html#rise ).
Een beeld van de situatie van vroeger (v.a. 1900
uitgaande van de VS, de gouden voorganger van trends in Nederland) tot nu:
-
<< 20.000 jaar geleden:
dieet van de mens bestond vnl uit vlees en andere dierlijke producten,
noten, zaden, bessen en ander fruit; populatie relatief vrij van HVZ(studies
27,28)
-
10.000 jaar geleden : introductie landbouw, vestiging i.p.v. nomadisme, veehouderij en
industriële Revolutie--> veranderingen van dieet --> meer graangewassen
-
tot
1900:
hart- en vaatziekten (HVZ) veroorzaken < 10% totale sterfte;
-
1910:
myocardinfarct (MI, "hartaanval") en beroerte zijn praktisch onbekend
-
1930: < 3000
doden per jaar in 1930 aan HVZ
-
1930-1950:
roomboterconsumptie loopt terug sinds begin 20e eeuw, geharde oliën
(margarines) en vloeibare, plantaardige oliën nemen de plaats in: de
margarine-industrie bloeit op
-
1950: hart-
en vaatziekten veroorzaken > 30% totale sterfte. Grootste aandeel voor
myocardinfarct (MI): > 500.000 per jaar in 1960)
-
1954: David
Kritchevsky publiceert een artikel in de American Journal of Physiology;
effect van cholesterol op vegetarische
konijnen: konijnen ontwikkelen vaatvernauwingen
-
1954: David
Kritchevsky publiceert een 2e artikel, waarin de gunstige effecten van
meervoudig onverzadigde vetzuren op verlaging van het cholesterol worden
beschreven.
-
1955-1968:
epidemiologische studies tonen aan dat a) het
vegetarische, dierlijke model van
cholesterolverwerking niet valide is om te vertalen naar
omnivore menselijke omstandigheden, en
b) dat populaties die meer verzadigd vet, vlees
en vet eten dan andere, evenveel ňf minder hart- en vaatziekten vertonen en
vice versa.
-
1970 e.v.:
heersende dieetadvies= bij voorkeur vloeibare meervoudig onverzadigde
vetten, voorzichtig met dierlijke producten, verzadigde vetten en
cholesterol, ruim koolhydraten
-
1980: aantal mensen met overgewicht en diabetes
stijgt aanzienlijk (ook in Nederland trouwens).
-
1980-heden:
goed onderzoek doet aannames over veiligheid van transvetten wankelen (ook
door Katan en Mensink uit Nederland!)
-
2000:
obesitas en diabetes beginnen epidemische vormen aan te nemen (nu ook in
Nederland)
-
2002: hart-
en vaatziekten 1e doodsoorzaak in de VS, gevolgd door kanker en beroertes
(Bron: CDC:
http://www.cdc.gov/nchs/fastats/lcod.htm )
-
2003:
herhaling van al het voorgaande, maar dan in een ander jasje (moeilijk
gefabriceerde anti-cholesterolproducten, nog meer vetbeperking, blijven
herhalen dat verzadigde vetten slecht zijn ondanks gedegen onderzoek,
slankclubjes, roomboterangst, alle lowcarb-highfat diëten "Atkins" noemen,
etc)
-
2005: gaan
we dit laten gebeuren?
Gelukkig gaat er heel veel de goede kant op.
Het idee dat cholesterol uit de voeding een enorme invloed heeft op het
cholesterol in het bloed, is langzaamaan losgelaten. Ook over verzadigde vetten
worden inmiddels genuanceerdere uitspraken gedaan. Ideeën over transvetten
(geharde margarines) moeten wijken voor harde wetenschappelijke aanwijzingen
over hart- en vaatziekten.
Transvetten, verzadigde vetten,
cholesterol...wat volgt er nu om omver gestoten te worden? Het is mijns inziens
slechts een kwestie van tijd, voordat meer inzichten door toonaangevende
instellingen worden geadopteerd...
Wat
is de "lipid hypothesis" nou precies?
De hedendaagse vetfobie hypothese gaat over twee aannames, die alom voor waar worden
aangenomen:
-
verzadigde vetten
zijn slecht voor het cholesterol en veroorzaken daarom hart- en vaatziekten
(HVZ)
-
cholesterol uit
de voeding doet het cholesterol in het bloed toenemen waardoor uw aderen
dichtslibben
In onderstaand schema staan de twee bovenstaande stellingen wat duidelijker
weergegeven (voor de volledigheid: pijlen betekenen "leidt tot" en zijn
aangegeven met 'stap A', 'stap B', etc.) :
1. Verzadigde vetten
-----> slecht bloedcholesterol -----> HVZ
stap A
stap B
2.
Cholesterol
-----> slecht bloedcholesterol ----->
HVZ
stap
C stap D
Bespreking van de
stappen A,B,C en D (gevolgtrekkingen)
Stap A
Dankzij
onderzoek weten we nu dat het bloedcholesterol (LDL, HDL, etc) in
verschillende subklassen ingedeeld kan
worden. Bijvoorbeeld LDL-I, LDL-II, LDL III etcétčra. Het blijkt dat deeltjes van verschillende subklassen
verschillende mate van schadelijkheid hebben. Het is dus niet slechts simpelweg
een verhaaltje van “het goede HDL en het
slechte LDL”. Het maakt uit welk type bloedcholesterol u heeft.
Men spreekt
in studies met het oog op LDL
van het “atherogenic lipoprotein profile” (= vrij vertaald: "bloedpropmakende cholesterol-samenstelling")
als mensen het LDL-patroon
B hebben, i.p.v. het LDL-patroon A. Mensen met patroon
A hebben m.b.t. LDL-cholesterol overwegend grote, wattige deeltjes,
veel HDL en weinig triglyceriden (TG). Een
hoog triglyceridengehalte is overigens een algemeen
geaccepteerde risicofactor voor HVZ. Mensen met
patroon B hebben overwegend
kleine dichte LDL-deeltjes in
het bloed, evenals minder HDL en meer triglyceriden.
Deze kleine
LDL-deeltjes zijn veel beter in staat om reeds bestaande
vetafzettingen in de aderen te vergroten dan de wattige, grote deeltjes. (Studies 2-8,17, 20,25 Zie “Studies”).
Koolhydraatrijke maaltijden verschuiven dit patroon in mensen van A naar B
en geven hogere triglyceridenwaarden. Vetrijke(re)
maaltijden keren dit juist om. Dit gegeven is in onderzoek veelvuldig terug te
vinden. Van alle onderzochte vetzuren in het
onderzoek van Mensink en Katan geven verzadigde vetten de grootste
stijging van het (toch wel goede) HDL-cholesterol. (Klik
hier
voor meer informatie over de bijzondere eigenschappen van kokosvet en
andere kokosproducten...)
Klik
hier voor een PDF-document van deze meta-analyse
(152 kB).
Dreon
et al toonden ook aan dat meer verzadigd vet in
het dieet leidt tot grotere LDL-deeltjes bij een
stabiele LDL-concentratie (studie
4). Ook toonden zij aan dat bij een vetreductie
bij mannen van 20-24% naar 10% een verschuiving
plaatsvond naar het hierboven besproken patroon B
(kleine LDL-deeltjes, minder HDL en meer TG) (studie
3).
Mozaffarian et al toonden bij 235
postmenopausale vrouwen met een lage totaal
vetinname aan, dat een hogere inname van verzadigd
vet verband hield met een tragere voortgang van
aderverharding, terwijl de inname van koolhydraten
geassocieerd was met een snellere vooruitgang van
deze ziekte (studie
48). Deze informatie lijkt aansluiting te vinden
bij de bevindingen van Mensink et al (zie verder).
Stap B
De conclusie dat
het slechte bloedcholesterol dat door verzadigde vetten zou ontstaan dus tot hart-
en vaatziekten leidt is niet valide genoeg. Immers, een uitspraak over de
aanwezigheid van de verschillende soorten HDL- en LDL ontbreekt in deze uitspraak.
Steeds weer toont onderzoek aan dat een verschillende samenstelling van het
bloedcholesterol (patroon A / patroon B) het verschil kan bepalen tussen wel
of niet hart- en vaatziekten ontwikkelen.
Uit de meta-analyse van 60 gecontroleerde onderzoeken van Mensink en de zijnen
(Studie 25, of
klik
hier voor het originele stuk in PDF-formaat, 152 kB) komen de volgende conclusies/uitspraken naar voren:
-
“…het
effect van koolhydraten op het totaal:HDL-cholesterol wettigt enige
voorzichtigheid in de toepassing van koolhydraatrijke maaltijden in de
preventie van hartziekten”
-
“There is evidence that not
only the amount of cholesterol transported by LDL
particles but also the size and density of these
particles and their apo B content affects CAD risk.”
en:
-
“Lauric acid has the largest
cholesterol-raising effect of all fatty acids, but
much of this is due to HDL cholesterol. As a result,
lauric acid had a more favorable effect on total:
HDL cholesterol than any other fatty acid, either
saturated or unsaturated”
Vertaling van laatste
punt:
"Laurinezuur heeft het
grootste cholesterolverhogende effect van alle vetzuren,
maar veel hiervan komt door HDL-cholesterol. Daarom
heeft laurinezuur een gunstiger effect op de
totaal:HDL-ratio dan enig ander vetzuur, verzadigd of
onverzadigd."
(» »
Weetje: kokosvet c.q.
kokosolie bestaat voor zo'n 50%
uit laurinezuur!!
« «)
In onderstaand plaatje
is dit nog eens duidelijk te zien (afkomstig
uit
Mensink et al, AJCN 2003):

In onderstaand diagram (ook afkomstig uit
Mensink et al, AJCN 2003), is te zien dat verzadigde
vetzuren de ratio totaal cholesterol / HDL licht
verhogen, maar dat zij van ALLE vetzuren ook de meeste
verhoging geven van het HDL. Ook verhogen zij LDL het
meest, na transvetzuren. Maar wat weten wij van de
verdeling over LDL-a en LDL-b binnen de LDL-deeltjes?
(nog relatief weinig!)

Stap C
Zoals onder B
uitgelegd, blijkt het totaal cholesterolgehalte in het bloed een minder
veelzeggende voorspeller te zijn voor HVZ dan de verhouding totaal:HDL cholesterol.
Maar in hoeverre heeft het eten van cholesterol nu
invloed op het in het bloed komen van cholesterol? Een 14-jarige cohortstudie (studie met een
vaste populatie) onder 43.732 mannen
tussen 40-75 jaar vond geen relatie tussen inname van cholesterol uit de
voeding en risico op een hartaanval (studie 14). De beschikbare informatie over
het effect van
cholesterol uit de voeding op het bloedcholesterol geeft aan
dat dit effect zeer matig is (studie 18,26). Het effect van het verlagen van
cholesterolinname op de ratio totaal:HDL is verwaarloosbaar klein.(studie
25)
Stap D
Stap D kan dus
op zich wel waar zijn, namelijk 'een' slecht cholesterolprofiel leidt tot
hart- en vaatziekten, maar deze stap kan niet zonder
meer worden teruggeredeneerd tot de inname van
cholesterol als zijnde de oorzakelijke factor. Het verband hiervoor is immers zwak
tot nihil (zie uitleg C).
Wat impliceert dit
voor het waarheidsniveau van de hedendaagse vetfobie?
De opbouw van de redenering van de "vethypothese" lijkt niet helemaal
waterdicht. Om valide te kunnen zijn, zullen ook de nieuwste inzichten in de
rollen van de verschillende soorten
bloedcholesterol moeten worden meebeschouwd. Mijn visie in dezen:
-
Het bijdragen van
verzadigde vetten én cholesterol in de voeding aan hart- en vaatziekten kan niet
zonder verdere nuancering worden
verdedigd;
-
er ligt
potentiële gezondheidswinst in het vervangen van
dierlijke verzadigde vetten voor
plantaardige verzadigde vetten (bvb zuivel
/ vlees »»»
kokosvet), wegens een
gunstig effect op de totaal:HDL
ratio.
-
Dankzij
nieuwe inzichten in de achtergrond van (verzadigd) vet
en
cholesterol lijkt een hoop angst een stuk overbodiger
geworden. Dit
houdt in dat voedingsmiddelen die zeer rijk zijn aan belangrijke bouwstoffen
(eiwit, vitaminen A,D,E en spoorelementen) zoals, roomboter, kokosvet en
eieren nu in een ander daglicht komen te staan.